TIPS EN TRUCS VOOR JE SCRIPTIEPROCES

WAT WIL MEN VAN JE

In het scriptieproces is het niet per definitie de bedoeling straks met je resultaten bij de Wereld Draait Door of elk ander avondprogram aanschuift. Je opleiding verwacht van jou dat je als professional naar een case kan kijken en met relevante oplossingen kan komen voor een organisatie. Relevant in die zin dat het gebaseerd is op een onderzoek naar de context en behoeften en geplaatst is in een strategie. Je moet dus weten hoe de organisatie in elkaar steekt, wat de markt doet en wat de doelgroep wil en hoe je zaken de komende tijd strategisch kunt ondervangen. Let op. Ook een b2b case kent doelgroepen.

Hogescholen en organisaties verwachten van jou een stuk wat leesbaar is en waar zij iets van kunnen begrijpen. Er zijn geen honderden modellen nodig. Ze hebben liever dat je ze goed toepast. Buiten dat moet je laten zien dat je een expert bent en met vernieuwende oplossingen kan komen. Jij bent jong, fris en je wil wat. Zij willen jouw visie dus laat die ook zien. Het gaat er uiteindelijk om dat je die kunt verdedigen op basis van je onderzoek.

Schrijf zo krachtig mogelijk. Neem de lezer mee. Hou wollige taal achterwege. Veelal gaat het mis op de structuur. Eigenlijk hoef je maar te werken aan vier hoofdstukken (nieuwe stijl): inleiding, context, concept, content. Of (oude stijl); inleiding, literatuur, empirisch onderzoek, conclusies & aanbevelingen.

HÉ LEKKER, THEORIE

Mooi gezegd, hierboven. Maar nu moet je het ook gaan doen. Hou je hoofd koel. Schrijf een goeie inleiding met een brede scoop op het probleem en wat als dit niet wordt opgelost. Stel je centrale vraag en doelstelling op en maak een deelvragen matrix. Wat wil je nu echt weten! Geen overtollige woorden en vragen. Wat wil je weten!

Het eerste wat je wilt weten is de identiteit van de organisatie. We willen weten wie de organisatie is anders kun je ook geen passende oplossingen bieden. Daar ga je een model voor vinden en dat toepassen en misschien spreek je ook leuk wat mensen. Dat verwerk je ook in je stuk over identiteit. Waarom moet je dat weten? Omdat je de sterke punten van de organisatie wilt weten en je wilt ook weten of er kansen zijn om iets met de corporate story te doen of om bijvoorbeeld de personal brand van iemand naar voren te schuiven straks in je oplossingen. Zoek een leuk model uit en pas dit toe. Lees ook even echt het boek of in ieder geval de hoofdstukken die over het model gaan. Het is zo lullig als je maar niet tot de conclusie komt van een model of niet weet waar het model voor dient.

Vervolgens ga je lekker dicht op de doelgroep zitten. Wie zijn dat. Oldschool segmenteren op demo, geo, psycho en gedrag. Maak persona’s als je dat prettig vindt. Zorg wel dat ze kloppen. Noem mensen geen Toos in een futuristisch concept. Demografische en geografische kenmerken geloven we allemaal wel. Focus daar niet teveel op. Het wordt pas echt spannend als je gedrag, favoriete merken, communicatie en psychosociale kenmerken in kaart kan brengen. Ga hier lekker los. Denk in hokjes en stereotypen om tot je perfecte doelgroep te komen. Je kunt hier nog wat modellen kwijt over gedragsverandering of loyaliteit bijvoorbeeld als je hoofvraag dat vraagt.

Uiteindelijk breng je de markt en de concurrent ook in kaart. Je mag ook stakeholders in kaart brengen. De media etc of mannetjes bij de bank. Wellicht heb je hen wel nodig om je concept te laten accelereren. Gebruik weer modellen om de markt in kaart te brengen. Bijvoorbeeld een DESTEP of Porter voor concurrenten. Let op een DESTEP gaat erom dat je trends weet te achterhalen. Waarom? Je wil straks de sterke punten en de trends weten om daar een stevig concept op te bouwen. Uiteraard kun je het veld in om zaken aan te vullen als je dingen via desk niet gevonden krijgt.

Je sluit af met een goeie samenvatting; wie is org, wie is doelgroep en hoe ziet die markt eruit. Daarna pak je door naar het construeren van een concept en het doen van onderzoek of dat concept gaat werken. Uiteindelijk ga je ook middelen bedenken in een strategisch plan voor je case (aanbevelingen).

PLEASE DO NOT

Nog wat tips over zaken die je beter kunt laten. In de 10 jaar ervaring als scriptiecoach zijn dit de meest voorkomende stagenerende factoren:

  • Het scannen van scripties van klasgenoten en ontdekken dat diegene alles zogezegd totaal anders heeft.  Weet je het cijfer van diegene bijvoorbeeld ook al? Laat je niet gekmaken. Ander mens, andere case, andere situatie.
  • Reproduceren van pagina’s aan theorie. Docenten kennen de modellen en definities. We willen dat je ze toepast en dat je verbanden legt met de praktijk.
  • Modellen erin om modellen te hebben. Liever twee of drie knallers die je perfect uitwerkt dan een riedel aan genoemde modelletjes zonder inhoud.
  • Te laat hulp inschakelen. Menig student zit lekker wild door te typen tot 80 pagina’s of erger maar de fouten zitten veelal in het begin.
  • Uitstelgedrag. Drank, drugs, doe je ding maar probeer dagelijks aan je scriptie te werken. Het is maar een paar weken van je leven. Het laatste wat je wilt is weer een jaar schoolgeld betalen en een absolute apathie voor het afschrijven van je scriptie. Ongeacht de economie. Je wilt je de komende jaren wel degelijk onderscheiden met een Bachelor degree.

Contact Yer Favorite 24/7 App Hotline 0682700608 als je aan het struggelen bent.

2018-02-02T11:25:16+00:00